Informatieve bijeenkomsten met Wmo-raden 2014

 

Samenvatting van drie voorjaarsbijeenkomsten met Wmo-raden in Drenthe

In nauwe saIMG_2361 (Small)menwerking met MEE Drenthe organiseerde het VG BelangenPlatform Drenthe in 2014 drie regionale bijeenkomsten met leden van Wmo-raden. Het accent lag op de verbinding van de rol van de Wmo-adviesraden met de ervaringen en signalen van cliëntorganisaties.
(Foto: gemeentehuis Zuidwolde)

Belangennetwerk Kansplus
Gemeentelijke beleidsadviseurs

IMG_2369 (Small)Jo Terlouw (zie foto) en Pouwel van de Siepkamp, resp. directeur en landelijk bestuurder van Belangennetwerk KansPlus, gaven een presentatie met als onderwerp: ”Wat als we zelf niet voor onze mensen opkomen?” Vervolgens gaven de gemeentelijke beleidsprogrammaleiders / adviseurs, Vera van Kesteren (Borger-Odoorn),
Afien Valkenborg (Emmen) en Henk Fokkes (Hoogeveen) een toelichting op de manier hoe de nieuwe Wmo-wet en de decentralisatie binnen hun gemeente wordt geïmplementeerd, incl. de ontwikkeling Wmo loketten en sociale teams. Ook kregen de knelpunten waar men beroepshalve tegenaan loopt ruime aandacht.

Aandacht voor Iedereen
MEE-Drenthe

Daarnaast verzorgden Alice Makkinga van AVI en verschillende consulenten van MEE Drenthe een korte presentatie over de ondersteuning die hun organisaties kunnen geven bij een zorgvuldige afstemming van de transitie AWBZ-Wmo.

 Samenvatting discussie

1. Als gemeentIMG_2416 (Small)e kun je niet alles zelf regelen. Er zijn ook bovenregionale voorzieningen waarope  voorzieningen waarop burgers in specifieke situaties een beroep moeten kunnen doen. Zorg als Wmo-raadslid dat dit goed geregeld wordt. (Foto: gemeentehuis Tynaarlo)

2. Gemeenten worden gekort en moeten stevig bezuinigen op hun uitgaven. Zij zullen
geneigd zijn te gaan voor goedkoop. Daarmee lopen we het risico dat goedkoop,
duurkoop gaat worden. Dit hebben we al eerder gezien met het schoolvervoer! Belangrijk
aandachtspunt voor de Wmo raden.
3. Voor de Wmo-raadsleden en beleidsmedewerkers is het van groot belang om de
gemeenten te blijven wijzen op het centraal blijven stellen van de (on)mogelijkheden van
de ‘burger’, c.q. de mens die ondersteuning nodig heeft om ‘blij’ te blijven.
4. Elke gemeente zit in haar eigen fase van de nieuwe ontwikkelingen. Sommige lopen (ver) vooruit, andere volgen de ontwikkelingen en doen alleen wat ze moeten doen.
5. Er komt veel op het bordje van de Wmo-raden terecht. Je kunt daarvan wel een dagtaak maken maar je hebt als vrijwilliger hier niet alle tijd voor. Bovendien ontbreekt het je vaak aan de specifieke kennis. Hoe ga je hiermee om? Maak gebruik van organisaties die
veel ervaring en kennis in huis hebben, zoals b.v. AVI, MEE Drenthe, KansPlus,
VG-BelangenPlatform,  Onderling Sterk en patiënten- cliëntenorganisaties.
6. Houd je als Wmo-raad, m.n. in deze fase van het kantelingsproces vooral bezig met de
kaderstellingnota en het beleidsplan. Daarin wordt de uitvoering concreet beschreven.
Stop je spaarzame tijd niet in zaken waarop je toch geen invloed hebt!
7. Wat kunnen jullie ons concreet meegeven i.p.v. te blijven praten in algemene
(managers)terminologieën?
8. Zorg dat je als Wmo raadslid daadwerkelijk zicht blijft houden op wat ‘de klant’ aan
IMG_2483 (Small)mogelijkheden en beperkingen heeft. Stel de juiste vragen en wees je er ook van bewust dat het essentieel is hoe je de vraag stelt! Hou feeling met de doelgroep! Luister naar ‘de
mens’. Gemeenten en zorginstellingen praten (te) gemakkelijk in beleidsterminologie.
(Foto: John Vaneman – Mee Drenthe)
9. Zorg dat je de medezeggenschap in je eigen gemeente goed geregeld hebt.
10. Kwaliteit is een term waarmee veel wordt geschermd, maar te dikwijls in algemeenheden wordt gebruikt. Bijv. Kwaliteit is: ‘meten = weten’, vragenlijsten invullen, afstrepen, en dan is er goede zorg. Onzin, onzin!
11. Dat is geen garantie voor goede zorg, want aandacht wordt hierin niet meegenomen.
Probeer de werkelijke zorgvraag concreet te maken/krijgen.
12. Er wordt veel geschreven in ‘kan’-termen. Vraag je af of je daarvan in sommige gevallen
niet beter ‘moet’-termen van zou moeten maken. Daarmee voorkom je dat het (te)
vrijblijvend blijft.
13. Realiseer je goed dat er een omslag nodig is in het denkbeeld over mensen met een
beperking. Ga uit van wat men kan en hoe men kan doorgroeien. Biedt hen in alle
situaties een veilige omgeving.Ga niet het wiel opnieuw uitvinden. Er zijn al zoveel goede ontwikkelingen. Maak gebruik van wat al ‘uitgevonden’ is door anderen. Zoek elkaar op en wissel ervaringen uit.
14. Zorg dat je er vanaf het begin bij bent, waardoor je in je gemeente duidelijk zichtbaar
blijft als Wmo-raad!
15. We hebben ons te lang stil gehouden en passief afgewacht wat er op ons af ging komen. We waren te afwachtend naar ‘Den Haag’! Laten we nu voortvarend onze kansen pakken. Ook naar zorginstellingen die allemaal hun eigen belangen hebben. En dat is, te vaak, niet altijd in het belang van de ‘klant’. Daarnaast hebben diverse zorginstellingen een
behoorlijk tot fors vermogen aan opgepotte reserves. Laat hen dit geld gebruiken voor de
zorg; daarvoor was het immers ook bedoeld. Wees u als Wmo-raad hiervan bewust als
het gaat om de mogelijkheden die zij kunnen bieden.
16. De cliënt heeft recht op onafhankelijke ondersteuning en advies. Hoe onafhankelijk
zijn we eigenlijk? Worden we niet (teveel) mee gezogen in de belangen die de gemeenten
hebben?
17. Kennis = Weten = Macht! Hoe definieer je de relatie wethouder – (beleids)ambtenaar – Wmo raadslid? Hoe waarborg je de onafhankelijke cliëntondersteuning? Kan de gemeente dat zelf doen, of moet dat een externe, gekwalificeerd iemand of organisatie zijn? Elke gemeente kan dit op haar eigen wijze invullen. Neem daarover als Wmo raad een duidelijk standpunt in.
18. Advies vanuit Zuidwolde: Zet als Wmo-raad bij alle adviezen en opmerkingen in beleidsplaIMG_2469 (Small)nnen altijd vragen als: Wat wil de ‘klant’? Waarom? Hoe zó? Wat is de meerwaarde? Etc.
19. Er zijn al pilots waar men ‘arrangement gesprekken’ voert met de ‘klant’ en zijn/haar netwerkcontacten? Maak gebruik van deze (leer)ervaringen en kies je eigen model. (Foto: gemeentehuis Emmen)
20. Zorg dat de ‘klant’ zijn/haar verhaal kan halen als deze het niet eens is met het genomen besluit. Deze klachtenregeling moet laagdrempelig en goed geregeld zijn.